Koen Vermeule schildert wat niet met woorden te vangen is

Koen Vermeule schildert wat niet met woorden te vangen is

In de schilderijen van Koen Vermeule gebeurt heel weinig en tegelijkertijd van alles. Daarbij balanceert hij soms uitdagend op de grens van abstractie, zoals nu te zien is in Museum JAN.

Little Simz rapt haar verhaal van de straat over een jazzy loopje. Een alt bezingt het verdriet van Maria in Stabat Mater van Vivaldi. Lou Reeds klassieker Perfect Day, de synthpop van Kraftwerk en het Spinvishitje Bagagedrager: het komt allemaal voorbij als je de QR-code scant die in het colofon van de tentoonstelling Poetry Suite is opgenomen. De playlist bevat nummers die Koen Vermeule draaide tijdens het maken van de getoonde schilderijen.

In Museum JAN fungeert het werk van Vermeule als een soort soundtrack. Maar niet in de zin dat liedjes een-op-een aan werken kunnen worden gekoppeld. Het gaat meer om de sfeer die zijn schilderijen gezamenlijk oproepen, zoals wordt benadrukt door de achter elkaar geplakte tekstflarden die als een fries onder het plafond zijn afgedrukt. Ze wekken een gevoel op dat zich niet in woorden laat vangen, hooguit benaderen. Zo werkt het ook met Vermeules schilderijen. Eerst is er herkenning, zelfs een aha, en dan volgt al snel het vermoeden van een diepere laag: maar waar?

Rondlummelen

Soms is de locatie van een voorstelling makkelijk te achterhalen. Een fitnessklasje staat voor het inmiddels verdwenen hekwerk van De Nederlandsche Bank. En het uitzicht vanuit het filmmuseum is duidelijk herkenbaar in het werk Eye. Een stuk anoniemer is het stuk straat op Panama, dat verwijst naar de gelijknamige laan in Amsterdam-Oost. En Mori Yellow doet alleen door de titel denken aan de 238 meter hoge toren in Tokio. Achter een wand van matglas zien we een man in geel T-shirt en knielange broek naar zijn mobieltje turen – naar een net gemaakte foto van het uitzicht waarschijnlijk.

Echte, betekenisvolle handelingen ontbreken in Vermeules werk. Zijn figuren lummelen wat rond, vaak alleen en schijnbaar doelloos. Een leerling zit in elkaar gezakt te slapen op een bankje, zijn rugzak nog om. Dansers liggen op de vloer. Een jongen loopt op zijn tenen langs een lantaarnpaal, alsof hij oefent voor zijn toekomstige lengte. Een uitzondering daargelaten – een jonge vrouw die gebiologeerd zit te kijken naar een kunstwerk dat buiten het kader van het schilderij valt – zijn de gezichtsuitdrukkingen vaag. Maar de houdingen zeggen genoeg, misschien zelfs alles.

Eenzaam in Berlijn

Daar heeft Vermeule soms weinig voor nodig. In Allee zijn eigenlijk alleen vijf paar benen goed te onderscheiden, die boven in het beeld door het verblindende licht van autokoplampen lopen. Meer dan driekwart van het doek is gevuld met zwart asfalt dat glinstert in de nacht. Vermeule maakte dit werk tijdens een winterse werkperiode in Berlijn, waar een combinatie van slecht weer en gebrekkig Duits de eenzaamheid aanwakkerde. Het beeld laat het perspectief zien van de kunstenaar weggedoken in zijn jas, die met zijn hoofd naar beneden in zijn eigen bubbel zit opgesloten. In dit geval is de houding niet weergegeven maar invoelbaar gemaakt.

Koen Vermeule maakte het werk ‘Allee’ (2018) tijdens een winterse werkperiode in Berlijn, waar een combinatie van slecht weer en gebrekkig Duits de eenzaamheid aanwakkerde.Mark Kohnnormal

Allee is ook te zien als een variant op de landschappen met hoge horizon die telkens terugkeren in Vermeules oeuvre. Museum JAN toont een paar hele goede, gebaseerd op foto’s die de kunstenaar heeft genomen vanuit de auto. De besneeuwde akkers met stakerige bomen in Up North worden doorsneden door de blauwe strepen van de vangrail die de uitgestrektheid van het boerenland extra benadrukken. In East Winter Road herkennen we links bovenin de kromming van het autodak. Het doet je afvragen wat hier het eigenlijke onderwerp is: het landschap of de kadrering ervan?

Romantiek en geometrie

Dat spel met voorgrond en achtergrond, voorstelling en structuur, speelt Vermeule vaker. Fensterbild is een bijzonder geslaagd voorbeeld. We zien een kade waar een man naar een zittende vrouw buigt, de late namiddagzon legt een glanzend witte loper over het water. Maar deze onvervalste romantiek wordt keihard doorsneden door de horizontale en verticale lijnen van een raamkozijn. Alsof een geometrische Mondriaan over een zeegezicht van Turner wordt gelegd. En dan schuift er linksboven ook nog een gele kwartcirkel het beeld in. Waarschijnlijk een sticker op het raam, maar de associatie met een abstracte zon dringt zich onvermijdelijk op.

De term ‘Fensterbild’ heeft Vermeule geleend van Oskar Schlemmer (1888-1943), een Duitse kunstenaar met wie hij zich verbonden voelt. Nadat Schlemmers werk door de nazi’s als ‘entartet’ werd bestempeld, sleet hij zijn laatste levensjaren als arbeider in een verffabriek. Op zijn zolderkamertje schilderde hij het uitzicht door het dakraam: de wereld op afstand, maar ook die afstand zelf.

Precieze ambiguïteit

Die precieze ambiguïteit en gelaagdheid zit ook in Vermeules werk. Alles is zorgvuldig uitgedacht, hoe losjes het soms ook oogt. In een apart zaaltje is te zien hoe hij composities eerst uitprobeert in gouache. De buitensporters en dansers zijn door verschillende versies gegaan voordat ze hun definitieve posities innamen. Schitterend in z’n eenvoud is Swans: de witte staarten contrasteren met het pikzwarte water waar de vogels hun koppen in hebben ondergedompeld.

‘Wanderlust’ (2020) van Koen Vermeule.Koen Vermeulenormal

In zijn schilderijen is Vermeule juist complexer geworden in de afgelopen negen jaar die Poetry Suite beslaat. Vooral zijn neiging tot abstractie is toegenomen, zoals te zien is in Wanderlust. De informatie dat we kijken naar het schuin aflopende auditorium van de Kunsthal, waar Vermeule in 2017 zijn laatste grote solo had, helpt een beetje bij het ontcijferen van het beeld. Maar je komt er niet uit: hoe onder en boven met elkaar verbonden zijn, wat die vlakken op de voorgrond voorstellen. Toch ga je erin mee. Zoals je verwacht dat de benen die met spaarzame streken zijn neergezet, zo kunnen weglopen.

Koen Vermeule: Poetry Suite. T/m 5 oktober in Museum JAN, Amstelveen